De EHBO-koffer

Als leiding mag niet zomaar medicatie toedienen! Geneesmiddelen geven, zelfs gratis, is bij wet voorbehouden aan dokters, apothekers en andere medische beroepen. Alle andere personen die geneesmiddelen geven, zijn strafbaar! Je hebt immers niet de opleiding om mogelijke bijwerkingen van geneesmiddelen te kennen. Het feit dat een geneesmiddel kan verkregen worden zonder voorschrift is geen uitzondering op deze regel. Bij ziekte of ongeluk raadpleeg je dus altijd eerst een dokter of apotheker. Hij of zij is bevoegd om de juiste medicatie te verstrekken en hiervoor de verantwoordelijkheid te dragen.

WAT STEEKT ER BEST ALLEMAAL IN DE EHBO-KOFFER?

VERBANDEN
  Pleisters (het is gemakkelijk ze op rol te hebben)
  Kompressen (individueel verpakt en steriel)
  Zwachtels (gaas en crèpe)
  Driehoeksverbanden (om bv. een draagdoek te maken of iets steriel af te dekken)
  Drukverbanden
GENEESMIDDELEN VOOR UITWENDIG GEBRUIK
  Middel tegen insectenbeten (preventief en curatief)
  Middel tegen zonnebrand (preventief en curatief)
  Lippenbalsem
  Middel tegen spierpijnen, verstuikingen, blauwe plekken…
  Kleurloos, niet prikkend ontsmettingsmiddel
  Zuurstofwater (voor het reinigen van vuile schaafwonden)
DIVERSEN
  Stuk neutrale toiletzeep
  Koortsthermometer
  Roestvrije schaar
  Doosje veiligheidsspelden
  Splinterpincet
  Pincet om teken te verwijderen
  Washandje + handdoek
  Maandverband
PAPIEREN
  Medische fiche van de leden en het verpleegdagboek
  Een inhoudslijstje, zodat het gemakkelijk aanvullen is
  Een lijst met de belangrijkste telefoonnummers (dokter, tandarts, ..)
  Verzekeringspapieren
  EHBO-boekje

--------------------

GENEESMIDDELEN VOOR INWENDIG GEBRUIK
Deze geneesmiddelen horen niet thuis in een EHBO koffer. Is het dan niet nuttig geneesmiddelen bij te hebben? Jawel, na raadpleging van een dokter of apotheker kan het zijn dat je bepaalde medicatie al op zak hebt, zodat je niet meer naar de apotheker hoeft te gaan of zodat je niet meer hoeft aan te kopen. Zorg er wel voor dat je deze geneesmiddelen steeds op een 'veilige' plek bewaard, zodat niet iedereen er zo maar bij kan.

  Middel tegen pijn/koorts (denk eraan aparte geneesmiddelen mee te nemen
  voor je leden jonger dan 12 jaar)
  Middel tegen diarree
  Middel tegen keelpijn




Gratis fuifbussen voor het evenement van jouw vereniging

Limburgse jeugd-, studenten- en sportverenigingen kunnen gratis een fuifbus laten uitrukken als ze een lokale fuif of evenement organiseren.
 
Voor veel fuifbezoekers is dit dé oplossing om na het feesten veilig thuis te geraken. Sommigen hebben geen eigen auto of vinden niemand om hen te "vervoeren". Fuifbussen verbinden de kernen van de eigen gemeente en eventueel ook de nabijliggende gemeenten.

Met de fuifbussen wil het provinciebestuur voorkomen dat fuifgangers onder invloed achter het stuur kruipen. Daarnaast is het de bedoeling om fuiforganisatoren te stimuleren om hun verantwoordelijkheid op te nemen voor de veiligheid buiten de fuifmuren (de fuifbeesten zich in het verkeer begeven).
Wil je een aanvraag doen? Neem dan contact op met de jeugddienst, zij maken samen met je vereniging je aanvraag in orde. Wees er zeker op tijd bij: je aanvraag moet minstens 7 weken voor het evenement binnen zijn.
Alle info over fuifbussen, het reglement en het aanvraagformulier kan je hier vinden.


Het jeugdwerk kan eindelijk verkopen zonder papierwerk!

Tot hiertoe moesten jeugdverenigingen die deur aan deur verkopen om hun kas te spijzen hiervoor in principe een jaarlijkse erkenning en een specifieke toestemming per activiteit aanvragen bij het Ministerie van Middenstand.
Vanaf 1 oktober 2006 valt deze vervelende en overbodige regeling weg voor het jeugdwerk Jeugdverenigingen die erkend zijn en gesubsidieerd worden door een openbaar bestuur (gemeente, provincie, Vlaanderen) worden immers vrijgesteld van alle administratieve verplichtingen. Je hoeft dus niets te melden, aan te vragen of te verantwoorden. Er zijn echter wel enkele dingen waar je rekening moet mee houden:
  • Zulke verkopen mogen slechts af en toe gebeuren. Enkele keren per jaar kan gerust, maar zeker niet wekelijks.
  • Jullie “verkopers” zijn best herkenbaar als lid of medewerker van jullie organisatie. Een uniform of ander herkenningsteken volstaat.
  • Bij de eventuele verkoop van voedselwaren moet je de regels m.b.t. volksgezondheid respecteren. Hou dus een oogje op hygiëne, versheid e.d;
  • Dergelijke verkopen kunnen natuurlijk enkel maar ten voordele van jullie organisatie of ten bate van een ander menslievend, sociaal, cultureel, sportief of educatief doel. Niet uit persoonlijk winstbejag of louter commerciële overwegingen.

Bron: steunpunt jeugd/humus



Nieuwe wet voor vrijwilligers

Vlak voor de zomermaanden werd de wet die het statuut van de vrijwilliger regelt goedgekeurd in het federale parlement. De bedoeling van deze wet is om de vrijwilligers in Vlaanderen beter te beschermen, zonder al te veel lasten op te leggen aan de (kleinere) organisaties. De wet is vanaf 1 augustus van kracht, met uitzondering van een aantal bepalingen (inzake aansprakelijkheid en verzekeringen) die pas van kracht worden vanaf 1 januari 2007.
 
Verplicht vanaf 1 augustus 2006
Vanaf 1 augustus is elke jeugdwerkorganisatie verplicht om haar vrijwilligers te informeren over een aantal zaken. De wet spreekt zich niet uit op welke wijze waarop de vrijwilligers moeten geïnformeerd worden. Dit kan door het ophangen van deze informatie in het lokaal, verwijzen naar een website, opnemen in het ledenblad, een papier overhandigen, enz. Het belangrijkste is dat er een ‘informatiebeleid’ is en dat de organisatie, als het er op aan komt, kan bewijzen dat haar vrijwilligers werden geïnformeerd.
De wet bepaalt een minimale verplichting inzake de inhoud van de informatie, de organisatie is uiteraard vrij om op dezelfde wijze haar vrijwilligers nog extra informatie te bezorgen. De vrijwilligers moeten over de volgende zaken geïnformeerd worden:
  • van de doelstelling(en) van de vereniging en het statuut van de vereniging (bv vzw of feitelijke vereniging);
  • het verzekeringscontract met betrekking tot de burgerlijke aansprakelijkheid
  • of er nog andere verzekeringen zijn afgesloten (bv. verzekering lichamelijke ongevallen)
  • of er vergoedingen aan de vrijwilliger worden uitbetaald en volgens welk systeem (forfaitair of op basis van bewezen onkosten)
  • of de vrijwilliger gebonden is aan de geheimhouding
Onkosten door vrijwilligers gemaakt kunnen op 2 manieren vergoed worden
1° reëel (op basis van bewezen kosten) of
2° forfaitair. Indien er gekozen wordt voor een forfaitaire terugbetaling dan mag deze niet hoger zijn dan 27,92€ per dag en 1.116,71€ per jaar.
 
Vanaf 1 augustus 2006 is het voor werklozen en bruggepensioneerden heel wat eenvoudiger om vrijwilliger te worden. Het volstaat om 14 dagen voor de aanvang een aangifte (schriftelijk) te doen bij de RVA. Indien dit gebeurd is kan men als vrijwilliger aan de slag. De directeur van de RVA kan echter nog wel het vrijwilligerswerk verbieden of beperken, maar een toelating vooraf is niet meer nodig. Ook mensen die een leefloon ontvangen dienen dit op voorhand te melden aan het OCMW. Arbeidsongeschikten hebben echter nog steeds op voorhand de toelating nodig van de adviserende geneesheer van hun mutualiteit.
 
De wet bepaalt ook dat de vrijwilligers in principe ‘immuun’ zijn voor de gevolgen van hun daden, behalve in het geval van bedrog, een zware fout of in het geval van herhaaldelijke kleine fouten. Deze immuniteit is echter alleen voor die vrijwilligers die actief zijn in een gestructureerde organisatie. De wetgever onderscheidt volgende 3 typen:
  • rechtspersonen (vzw’s, stichtingen, …)
  • feitelijke verenigingen die personeel tewerkstellen
  • of die feitelijke verenigingen die op grond van hun specifieke verbondenheid met één van de twee vorige types organisaties beschouwd kunnen worden als een afdeling daarvan (bv. lokale afdeling van een jeugdbeweging)
Verplicht vanaf 1 januari 2007
Vanaf 1 januari 2007 zijn deze gestructureerde organisaties burgerrechtelijk aansprakelijk voor de schade die de vrijwilliger berokkent aan een derde bij het verrichten van vrijwilligerswerk. Voor schade ten gevolge van bedrog, een zware fout of een herhaaldelijke lichte fout blijft de vrijwilliger zelf aansprakelijk. De overige feitelijke verenigingen of niet-gestructureerde organisaties (buurtcomités, ...) blijven onder de bestaande regeling (van gemeen recht) vallen. Hun vrijwilligers zijn zelf aansprakelijk indien zij schade veroorzaken.
 
Voor de gestructureerde organisaties geldt vanaf 1 januari 2007 een verzekeringsplicht. Zij moeten een verzekering burgerlijke aansprakelijkheid afsluiten. De aansprakelijkheid en verzekeringsplicht liggen bij de organisatie. De niet-gestructureerde verenigingen zijn niet onderworpen aan de verzekeringsplicht, het is echter wel aangeraden dat deze zich ook verzekeren inzake de burgerlijke aansprakelijkheid.
 
Momenteel worden verenigingen bijna plat geslagen onder de aanbiedingen om een verzekering BA af te sluiten, onder het mom van de verplichting. Momenteel zijn de minimale voorwaarden nog niet vastgelegd. Het is dan ook aangeraden om eerst contact op te nemen met jouw koepelorganisatie en/of jeugdconsulent vooraleer een polis af te sluiten. Daarnaast is de federale overheid een collectieve polis aan het uitwerken. Meer details zijn hierover echter nog niet bekend.
 
BRON: steunpunt jeugd/kreten


Rookverbod in jeugdlokalen

Door de publicatie van het “Koninklijk Besluit van 13 december 2005 tot het verbieden van het roken in openbare plaatsen” is het wettelijk verboden“ te roken in gesloten plaatsen die voor het publiek toegankelijk zijn. Hiermee bedoelt men alle plaatsen waarvan de toegang niet beperkt is tot de gezinssfeer. Voor horeca-inrichtingen is er een uitzondering voorzien.

In jeugdlokalen mag dus niet langer gerookt worden. Je maakt hier best afspraken over. Om je in orde te stellen met de wetgeving verwijder je binnen alle asbakken. Aan de verschillende ingangen van het lokaal moet je rookverbodtekens ophangen (doorsnede minimum 9 cm).

In jeugdhuizen ligt de zaak iets ingewikkelder. In principe is hier ook een rookverbod van kracht, tenzij het jeugdhuis kan aantonen dat het een horeca-uitbating is (de horecasector valt immers onder een uitzonderingsmaatregel). Dit veronderstelt dat er naast gewone drank ook sterke drank verkocht wordt voor onmiddellijke consumptie. Meer hierover lees je in een gezamenlijke nota van JGM en VFJ. Voor meer informatie neem je best contact op met één van deze jeugdhuiskoepels.

Bron: steunpunt jeugd


ZOEKEN

SHORTCUTS